
Een kamer voor jezelf
Woolf
De Vlaamse auteur Vincent Van Meenen (1989) zet in dit persoonlijke poëziedebuut ‘alle fonteinen’ open en beschrijft hoe het voelt om een alcoholische en emotioneel chanterende moeder te hebben. Bij het uitkomen van de bundel publiceerde hij een brief aan haar, om aan te kondigen dat zij er in zijn dichtbundel niet goed vanaf zou komen. De reacties op de bundel vertellen hem dat hij deze niet alleen voor zichzelf heeft geschreven, maar ook voor alle andere kinderen van verslaafde ouders. In drie hoofdstukken neemt hij je mee in zijn belevingswereld, waaruit zowel distantie als verwevenheid met zijn moeder spreekt. ‘Is het werkelijk mijn taak om de oren te zijn voor jouw stem. Wat moet mijn mond dan?’ ‘Sterf moedertje sterf, sterf hard sterf elke dag opnieuw kom in mijn armen.’ Realisme en surrealisme gaan hand in hand, waarbij hij zo nu en dan krachtig put uit de symboliek van de natuur. Je komt terecht in een ‘district van varens’ en ontmoet de ‘gorilla’ in zijn moeder. Door het gebruik van typografische elementen zoals zich herhalende gekromde zinnen, impregneert hij het papier met betekenis.