
Toen wij wezen waren
Kazuo Ishiguro
Een jonge vrouw, een oude vrouw en een lange, slanke man wonen op ‘Bult’. Tijd gaat voorbij terwijl ze taart eten, soep koken, met de hond wandelen, knikkeren of hun haag knippen. In alles wat ze (niet) doen, gaat het heel vaak over de dood. Meer bepaald over het doodgaan van moeders, die wonderlijke wezens waaruit we voortkomen en waarmee we tegen wil en dank zijn verbonden. Een weemoedig, melancholisch, soms grappig en onthecht verhaal waaruit een groot verlangen spreekt om ergens mee in het reine te komen, en dat je dat alleen moet doen. Bult gaat over een verlangen naar (on)troostbaarheid. A young woman, an old woman, and a tall, slender man live on “Bult.” Time drifts by as they eat cake, cook soup, walk the dog, play marbles, or trim the hedge. In everything they do—or don’t do—the subject of death lingers. More precisely, the dying of mothers: those wondrous beings we come from and remain bound to, whether we like it or not. A wistful, melancholic, at times humorous and detached story, infused with a deep yearning to make peace with something—alone. “Bult” explores a longing for (un)consolability.